Sportnota 2016

Sport in Gouda de komende jaren Het College van B&W beschrijft in zijn collegeprogramma op sobere wijze zijn ambities voor de sport in Gouda. Het typeert de opzet voor het programma als een beschrijving van de zaken waarin koerswijzigingen gewenst zijn,  die dan in heldere afspraken beschreven staan. Voor de sport levert dit op dat verenigingen  gebruik moeten kunnen maken van  gedeelde accommodaties, dat  men streeft naar kostendekkende huurtarieven  en dat verenigingen ruimte krijgen voor hun eigen verdienvermogen.  Het meest opzienbarende element daarin is het voornemen de huurtarieven  kostendekkend te maken.  We gaan daar later in deze analyse verder op in. We vermelden nog enkele uitspraken uit het collegeprogramma:
  • Gouda investeert in een actief sportieve en gezonde samenleving.
  • De sport kan een bijdrage leveren aan het sociaal domein, zoals gezondheidszorg.
  • Onder andere door het inzetten van combinatiefunctionarissen kan de instroom van leden in  sportverenigingen bevorderd worden.
Ten behoeve van het tot stand komen van een nieuwe sportnota werd door een extern bureau eind 2014 een quick scan uitgevoerd.  Die bevatte weinig nieuws en de VGSO heeft  dat ook aan de wethouder Sport gemeld. In maart 2015 heeft de wethouder Sport in het Huis van de Stad een bijeenkomst georganiseerd waar de Goudse sport in grote getale aanwezig was. In praatgroepen kwamen belangrijke onderwerpen aan bod en dat leidde onder meer tot de volgende conclusies:
  • Sportaccommodaties zouden ruimer gebruikt kunnen worden, ook voor niet direct aan sport gelieerde activiteiten.  Dat vraagt dan wel om aangepaste regelgeving.
  • Verenigingen kunnen zelf een bijdrage leveren aan het onderhoud van hun accommodaties.  Dat vraagt (nog) meer inzet van vrijwilligers en daar zouden knelpunten kunnen liggen.
  • De sport kan bijdragen aan het realiseren van doelstellingen in het sociaal domein, waaruit dan ook financiële middelen beschikbaar komen.  Daarbij kunnen buurtsportcoaches worden ingezet en kan ook samenwerking met bijvoorbeeld de Brede School ontstaan.
  • Sportverenigingen  zijn tamelijk gesloten, hebben weinig contact met elkaar  en delen nauwelijks hun ervaringen.  Het is van belang dat meer energie wordt gestopt in samenwerking.
De deelnemers waren enthousiast over deze avond en reageerden positief op de aankondiging dat in het najaar van 2015 in een vervolgbijeenkomst de contouren voor de nieuwe sportnota besproken gingen worden. Dat is niet gebeurd. Wel ging de gemeente schrijven aan  de nota ‘Sport en Bewegen in Gouda 2020’ die in concept in maart 2016 beschikbaar kwam.   Het lezen van deze nota levert opnieuw weinig nieuws op. Het is een inventarisatie van bekende zaken.  Tekenend is dat het verreweg belangrijkste hoofdstuk nog niet geschreven is. Dan gaat het om de Uitvoeringsagenda 2016 – 2020 die nog volledig blank is.  Het lijkt erop dat het College niet goed raad weet met de invulling ervan.

Het is in dit proces opvallend dat de financiën nauwelijks aan de orde komen. Behalve een taakstelling die bij Sport.Gouda komt te liggen en de hierboven al aangegeven koerswijziging om huren kostendekkend te willen maken blijft dit aspect merkwaardig vaag.  Het is eigenlijk niet goed mogelijk om over de toekomst van de sport in Gouda na te denken zonder een goed inzicht in de financiële randvoorwaarden en mogelijkheden.   Het ligt bijvoorbeeld voor de hand om de sportverenigingen te betrekken bij de invulling van de bezuinigingen die Sport. Gouda moet doorvoeren.  Want die kunnen consequenties hebben voor de verenigingen.  Het is de gemeente Gouda zelf die zal moeten vaststellen hoeveel geld voor de sport dan wel beschikbaar komt uit het sociale domein.

De VGSO heeft de afgelopen tijd pas op de plaats gemaakt in afwachting van de plannen die het College zou gaan presenteren. De inschatting dat we in het najaar 2015 aan het werk konden blijkt  verkeerd en nog langer lijdzaam afwachten willen we niet. Daarom beschrijven we in het vervolg van deze notitie onze visie.  Een visie met beide voeten op het Goudse veen.

In Gouda bestaat een breed aanbod van  georganiseerde sport in verenigingsverband. In het algemeen is sprake van goed geleide en (ook financieel) gezonde  verenigingen. Ook de sportieve prestaties mogen er wezen. Dat levert een aantrekkelijke basis op  voor de inwoners van Gouda  om hun voorkeur te volgen bij het beoefenen van  hun favoriete sport.  Maar ook om de burgers die nog niet sporten aan te moedigen daar aan te beginnen. Sport heeft een maatschappelijke functie die steeds belangrijker wordt.  Het is de meest voor de hand liggende manier om mensen aan het bewegen te krijgen en is daarmee een belangrijk instrument in het gezondheidsbeleid en het gevecht tegen overgewicht . Het stimuleert samenwerking en integratie; het draagt onder goede begeleiding bij aan het ontwikkelen van tolerantie.

Daarmee is Sport een activiteit die ver uitstijgt boven het belang van de individuele inwoner van Gouda, die een leuke sport wil beoefenen en daarin mogelijk wil excelleren.  En daarmee zijn ook de doelstellingen  van de sportverenigingen veel breder dan het tamelijk passief aanbieden van de mogelijkheid om te sporten voor wie daar zin in heeft.  De Sportverenigingen moeten en willen bijdragen aan een bloeiende stad waarin burgers met plezier en gezond wonen en invulling geven aan  een zinvol en plezierig leven met de mogelijkheid voor een belangrijk sportief accent.

Daarbij past niet de aardverschuiving  die het college aankondigt met het voornemen naar kostendekkende tarieven te gaan.  We hebben het dan vooral over de buitensporten, voor de binnensporten geldt die benadering al veel meer. Inkomsten van verenigingen bestaan voor een groot deel uit de contributies  en die moeten exorbitant omhoog als de huren fors stijgen.  Daarmee wordt sport een luxe-activiteit en wordt de koppeling aan het sociale domein  min of meer een farce.  In plaats van het meer toegankelijk maken van de sportvoorzieningen in Gouda werpt het College daarmee een blokkade op.  Het is niet de bedoeling van de VGSO om in deze nota  politiek stelling te nemen, maar het is ook niet mogelijk dit onderwerp te bespreken  en de door het College gekozen politieke stellingname te ontwijken.  Met de mond wordt sportstimulering beleden, met de opgehouden hand  wordt die stimulering vervolgens onderuitgehaald.

De stelling van de VGSO is simpel:  met een aanzienlijke kostenverzwaring voor de verenigingen is vergroting van deelname aan de georganiseerde sport niet mogelijk.  Met zo’n maatregel schiet het College zijn doel ver voorbij. Het lijkt erop dat het College deze consequentie tenminste voor een deel wel door heeft. Dat los je op door aan het verdienmodel te sleutelen.  Zet accommodaties breder in ,  verkoop meer drank  en bitterballen, en laat de verenigingen actiever optreden om  de inwoners in Gouda tot sporten te brengen. Voor een deel zijn deze activiteiten strijdig met de uitstraling die een sportvereniging nastreeft, maar wie daarover zeurt lijkt een kniesoor.

De  laatst genoemde  mogelijkheid is een taak die zeker van de verenigingen gevraagd kan worden.  Contributie inkomsten gaan dan omhoog  en de accommodaties kunnen vaak intensiever gebruikt worden zodat extra uitgaven beperkt zijn.  Dat geldt juist meer voor de buitensporten dan voor de binnensporten.  De laatste huren zaalruimte op basis van aantallen en daar zit geen rek in. In hoeverre de gemeente bereid is de verenigingen uit 3D-gelden  -geld dat naar de gemeentes is overgeheveld  om de drie gedecentraliseerde taken uit het sociale domein uit te voeren -  inkomsten te verstrekken, als zij bijdragen aan het realiseren van doelstellingen in dat  domein,  is onduidelijk. De gemeente suggereert dat daar mogelijkheden liggen, maar de VGSO zet vooralsnog  vraagtekens bij die suggestie.  Wel kan de gemeente er (als voorbeeld) voor zorgen dat extra mankracht en expertise voor de verenigingen beschikbaar komt.

In de nu verschenen conceptnota wordt beschreven hoe de schooljeugd wordt benaderd om aan sport mee te doen. Met inzet van combinatiefunctionarissen  respectievelijk buurtcoaches vinden allerlei activiteiten plaats en maken kinderen kennis met vele sporten.  Sportverenigingen spelen daarbij ook een rol, maar de VGSO vraag t zich af of de samenwerking tussen Sport.Gouda en de verenigingen niet intensiever kan, ook met meer inzet van combinatiefunctionarissen. Deelname aan bijvoorbeeld activiteiten in de zomervakantie is hoog, maar het bereik bij activiteiten in de wijken door het jaar heen is beperkt.Het is de VGSO niet duidelijk in hoeverre (gebrek aan ) geld een drempel is voor het gaan sporten van jonge kinderen. Gouda heeft een regeling om die drempel te verlagen, maar  hoeveel gebruik maakt men daarvan?  Hoeveel kinderen zouden willen gaan sporten als geld geen belemmering is? Meer inzicht is gewenst en basisscholen samen met sociale teams kunnen dat mogelijk leveren.  Meer bekendheid met de mogelijkheden van financiële ondersteuning kan ook helpen.   Elke jongen en elk meisje moet de gelegenheid krijgen in verenigingsverband te sporten.

Wij komen tot een voorstel voor de aanpak. Verenigingen pakken snel de draad op die in maart 2015 gesponnen werd.  Zij beginnen met te beschrijven hoe zij kunnen bijdragen aan de ambitie van de gemeente om Gouda nog meer aan het sporten te krijgen. Daarbij ligt de nadruk op het jonge kind.

Aan de hand van concrete vragen beschrijft elke sportvereniging haar kijk op dit project en de mogelijkheden die zij voor zichzelf ziet.  Daarbij komt de inzet van vrijwilligers aan bod,  kunnen knelpunten worden aangegeven en ook de voorwaarden die de vereniging dan stelt.  Als het lukt om al na te denken over activiteiten met andere verenigingen  samen,  is dat prachtig. De VGSO nodigt een drietal bestuurders van een sportvereniging uit haar te helpen,  analyseert vervolgens deze gegevens en komt met een voorstel  dat zij vervolgens aan de wethouder aanbiedt.

Bestuur VGSO,  april  2016 U kunt de Sportnota 2016 hier downloaden